Forfait Bestelauto's
Versoepeling autokostenforfait voor bestelauto’s
Sinds enkele jaren maakt de belastingdienst geen onderscheid meer tussen personen auto’s en bestelauto’s. Wanneer er meer dan 500 kilometers privé worden gereden dan dient de werknemer 22% van de cataloguswaarde bij het loon te tellen.
Er zijn echter wel enkele speciale regels voor de bestelauto:
Een werkgever hoeft geen loonbelasting in te houden voor bestelauto’s die buiten werktijd niet privé gebruikt worden. Dit is o.a. in de volgende situaties het geval:
- De aard en inrichting van de bestelauto maken deze nagenoeg uitsluitend geschikt voor het vervoer goederen (de bestelauto heeft alleen een stoel voor de chauffeur).
- Wanneer de bestelbus na werktijd ingeleverd wordt bij de werkgever (na werktijd staat de bestelauto achter het hek).
- Wanneer de werkgever de werknemer verbiedt de bestelauto privé te gebruiken. Dit verbod moet dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen:
- Het verbod is schriftelijk vastgelegd.
- Men bewaart dit schriftelijk verbod bij de loonadministratie.
- Men houdt voldoende toezicht op de naleving van het verbod en legt bij overtreding van het verbod een passende sanctie op.
Wanneer een (bestel)auto ter beschikking is gesteld die ouder dan 15 jaar is dan bedraagt de bijtelling 22% over de waarde in het economisch verkeer en niet over de catalogusprijs.
Eén bestel auto voor verschillende werknemers
Wanneer de bestelauto in verband met de aard van het werk doorlopend afwisselend aan verschillende werknemers ter beschikking wordt gesteld, is een individuele toepassing van de autokostenfictie eigenlijk niet mogelijk.
Een aanvullende eis is dat het doorlopend afwisselend gebruik van de bestelauto voortvloeit uit de aard van de werkzaamheden. Als aan deze eisen wordt voldaan, dan wordt het privé gebruik van de bestelauto d.m.v. een eindheffing van € 300,- bij de werkgever belast.